
Het lukt me niet meer zo goed.
Waar ik in Australie dagelijks inspiratie had om te bloggen, is het hier een beetje zoek.
Ten eerste maak ik niet zoveel spectaculaire dingen mee. Niet dat ik geen leuk leven heb, maar wie zit er te wachten op weer een verhaal over de kroeg, de sportschool, een festival, een film die ik heb gezien, de rapporten van de kinderen of werk dat ik heb gedaan?
Daarbij komt dat ik ook nog ernstig word beperkt door het feit dat de meeste mensen over wie ik zou willen schrijven,meelezen of waarbij ik het risico loop dat ze me makkelijk kunnen vinden door middel van Google. Er zijn best wel personen denkbaar over wie ik mijn hart eens zou willen luchten, maar het zou niet leuk zijn als ik mijn beklag doe over een vervelende collega/moeder van school of wie dan ook, om daar dan de volgende ochtend mee om mijn oren te worden geslagen.
Maar van leuke Eef uit Oz kreeg ik de uitnodiging om een Eerlijk Stukje te schrijven. Daar ga ik me eens op beramen.
Jemig, wat gaat de tijd toch snel voorbij. Mijn dagen zitten vol op het moment, met werk en afspraken en vooral leuke dingen zoals etentjes bij Plaza, de Dutch Design Week, her en der een film, vriendinnenbezoeken en meer van zulks. Zondagochtend heb ik Up gezien, samen met Merlijn; het nieuwste Pixar verhikel wat mij eigenlijk een beetje tegenviel. Grappig was wel dat minstens de helft van Merlijns klas ook in de zaal zat, dus ik kan me voorstellen dat het kringgesprek van maandagochtend vooral over Up ging. Daarna voor de verjaardag van Anouchka naar de Dutch Design Week, met vijf vrouwen. Ik ben ooit eens tien jaar geleden een blauwe maandag zijdelings betrokken geweest bij wat toen nog de Dag van het Ontwerp heette, maar het is echt razendsnel uitgegroeid tot iets groots en internationaal. Geweldig, al dat design door de stad. Van toegepast design dat rechtstreeks de winkel in kan; tot een papieren dierentuin, tot conceptueel design als druiven die licht gaan geven als ze geplukt moeten worden. De lokatie waar wij heen gingen maakte het helemaal super: het klokgebouw van Strijp S, de voormalige Philips fabrieken aan de rand van het centrum van Eindhoven. Echt zo'n plek waarbij je denkt: het is stiekem best leuk om in Eindhoven te wonen. We bleven nog even in het Eindhovense thema, want we hebben wat gedronken bij Usine, een cafe dat gevestigd is in oude Philips Lichttoren, ook al een lokaal icoon. Daar gaven we Anouchka haar kado: kaartjes voor een feestavond in de Effenaar, aanstaande vrijdag. Soul Design heet het, en ik kijk er nu al naar uit om hopelijk een avondje lekker te swingen (met dan wel in het vooruitzicht dat ik zaterdagochtend om half 9 op de manege in Someren moet zijn, minder leuk). Eten deden we bij de Smalle Haven, daar was ik ook nog nooit geweest, een hip loungeding waar alles wat je ziet en waar je van eet niet alleen design is, maar ook ter plekke te koop. Ik voelde me bijna belegen toen ik daar mijn moederfiets met kinderzitjes tegen de gevel aanzette, maar het was erg leuk en de chemie van dit clubje werkt wonderwel.
Gisteren dan naar de film My name is Joe in oud vertrouwd Plaza Futura, vanavond weer naar Plaza om over werk te praten, en nu ga ik snel een geboortekaartje afmaken voor een christelijk paar. Geen idee hoe die bij mij terecht komen, maar the more the merrier.
Net naar Zumba geweest. Ik vond het erg dapper en gemotiveerd van mezelf dat ik me om kwart voor 9 's avonds nog naar de sportschool heb gesleept, terwijl de verleiding om onderuitgezakt op de bank te gaan zitten levensgroot was. Ik heb me wel vermaakt, want naast dat het een leuke en feestelijke les was, stonden er voor mij twee Franse techneuten (althans, ze zagen eruit als techneuten en het merendeel van de Europese medeburgers in Eindhoven is hier om techneuterige redenen) die ongetwijfeld geen benul hadden in welke les ze terecht kwamen. Namelijk een heupdraailes met 34 vrouwen. Salsa, Dirty Dancing en buikdansen kwamen voorbij. Ik moet het ze nageven: de twee Franse mannen hielden het de hele les vol en draaiden met hun heupen ze goed als ze konden. Waardoor ik de hele les uitzicht had op hun witte, harige kuiten, hun lullige sportbroekjes en de witte sportsokken met tennisschoenen eronder. Vive la France.
Jara werd gisteren vijf. Nu ben ik dus echt definitief uit de kleine kinderen. Waar veel van mijn vriendinnen van mijn leeftijd nog in de luiers en middagslaapjes zitten, ben ik al doorgestroomd naar 's avonds overhoren, belangstelling voor nagellak en ontelbare clubjes en activiteiten.
Toch zal Jara altijd onze Benjamin blijven, mijn kleine meiske. Niet dat ze zich zo gedraagt: ze is het autonoomste kind van de drie. Gaat vanzelf denk ik, bij derde kinderen. Bij de eerste was alles nieuw en modderde ik wat aan. Bij de tweede was ik er vast van overtuigd dat ik niet in dezelfde valkuilen zou trappen als bij de eerste (dus het arme schaap moest vanaf het begin zonder mijn hulp in slaap vallen). Bij de derde had ik inmiddels door dat het er vooral om draait dat je een kind in leven houdt en er lief voor bent, en dat het dan allemaal wel goed komt. Jara heeft zichzelf dus min of meer opgevoed, en dat heeft ze best aardig gedaan. Ze is namelijk een bijzonder levenslustig, vrolijk en sociaal kind geworden. En dat er dan soms zakjes pepernoten zomaar van het aanrecht verdwijnen ('waar zijn de pepernoten, Jara?' 'die heb ik verstopt' 'waar dan?' 'in mijn buik') nemen we maar op de koop toe.
Gisteren zat het huis vol met kinderen en volwassenen die Jara een warm hart toedragen. En met typische Jara-flair vertrouwde ze me vanmorgen dan ook toe: 'Mama, ik vond mijn verjaardag een heeeeeeeel erg leuke dag.'
Het moment is daar. Ik durf minder dan mijn kind.
Was ik tot nu toe een politiek correcte ouder die zijn kind stimuleerde om uitdagingen aan te gaan, inmiddels zijn de rollen omgedraaid en ben ik gereduceerd tot watje in de ogen van mijn zoon.
Ik was mee op schoolreisje. Naar Toverland, een Brabantse uit de kluiten gewassen boerenschuur vol achtbanen. Met als pronkstuk achtbaan Troy. Ik heb me laten overhalen omdat ik niet net als de andere ouders langs de kant wilde gaan staan kijken. Ik wilde meedoen met de kinderen, bewijzen dat ik toch net die jeugdige en hippe moeder was die net zo mal doet als d'r kinderen.
Godsamme, wat een ding was dat. De achtbanen in de Efteling (ja, die doe ik OOK) waren er niks bij. Ik werd woest door elkaar gerammeld en geschud. Ik gilde en gilde en lachte hysterisch en zag mijn uitvaart op mjin netvlies. En zoon? Die zat achter me, een slaapliedje te zingen voor zijn vriendje, want die vond de achtbaan maar saaahaaai. 'Vond jij Troy nou ECHT eng, mama?'
Ja, jongen.
Deze week voelde ik me een enorme moeder. 'Wat fijn dat je nu je vrijheid hebt', zegt iedereen die hoort dat ik mijn rijbewijs heb gehaald. En dat is natuurlijk fijn, maar in de praktijk betekent het ook dat ik vele ritjes met de kinderen maak die ik normaal op anderen kon afschuiven. Onder het mom van vrijheid ben ik nu in razend tempo een taxi chauffeur aan het worden. Maar ik voel me wel thuis in mijn auto. Verwarming aan, muziekje aan, geweldig kindergeklets op de achtergrond ('papa's kunnen toch ook babies krijgen?' 'nee joh, dan moet zijn piemel wel heel groot worden als de baby eruit komt' en 'weet je wat een goede plek is om snoep te bewaren? in je onderbroek' 'ja, en een rolletje mentos kun je ook in je kont stoppen').
Bij al dat getaxi kwam nog dat Keri maandag en dinsdag ziek was, Jara woensdag thuis, Keri en Jara donderdag maar een halve schooldag hadden en Merlijn vrijdag vrij had. Ik heb dus 1 ochtend kunnen werken, de rest van de tijd heb ik de kinderen opgevangen en vermaakt, inclusief een stuk of zes kinderen van andere mensen. Gezellig en leuk, maar in zo'n week komt er altijd een punt dat ik denk: allejezus, ik lijk wel een soccer mom (The phrase soccer mom generally refers to a married middle-class woman who lives in the suburbs and has school age children.[2] She is sometimes portrayed in the media as busy or overburdened and driving a minivan.[2][3] She is also portrayed as putting the interests of her family, and most importantly her children, ahead of her own.[2].) En dan ineens begin ik te snakken naar alcohol, sigaretten, hoge hakken, rumoerige cafe's, harde muziek en grote-mensenpraat. De reddingslijn kwam in de vorm van de knutselclub: met hen ben ik naar Tarantino's Inglourious Basterds geweest. Heftig (tot op het punt dat we met zijn vieren tegelijk 'ieeeeuuw' riepen en achter onze handen wegdoken), knap gemaakt en soms gewoon enorm geestig. Daarna een wijntje in een cafe, en mijn avond was goed, zij het te kort.
Ik was gisteren een beetje onaardig. En dat ben ik anders nooit, dus waar het vandaan kwam weet ik niet.
Waar ga je voor het eerst alleen heen met je pasverworven rijbewijs, een auto en de realisatie dat die dingen die voorheen onbereikbaar waren ineens bereikbaar zijn?
Juist.
Ikea. Meubelmekka op het indrustieterrein buiten de stad en een hel om te bereiken met openbaar vervoer.
Gisterenochtend reed ik dus in de spits de hele stad door, met Jara achterin ('EVEN niet praten, schatje, mama moet even opletten want dit stoplicht ziet er moeilijk uit'), en zonder brokken arriveerde ik bij het stukje Zweeds paradijs in de Kempen.
Ik was er om half 10, maar de winkel gaat pas om tien uur open. Maar, zo meldde de website al, kom gerust vanaf negen uur lekker goedkoop ontbijten in ons restaurant. Eitje, croissantje, broodje hagelslag voor 50 cent. Hoe onnozel was ik, dat ik dacht dat maar weinig mensen op woensdagochtend om half tien naar Ikea zouden gaan voor een goedkoop ontbijtje met de smaak van bordkarton? Nu heb ik echt mijn lesje wel geleerd. Ik weet nu dat het gewoon altijd druk is bij Ikea, ongeacht dag, tijdstip of crisis.
Jara en ik worstelden ons door de rijen mensen in het restaurant, en na betalen begon het pas echt: een plekje zoeken. Ik heb zeker tien minuten zonder succes rondgelopen, totdat ik opeens twee vrouwen aanstalten zag maken om weg te gaan bij een minitafeltje met twee lage barkrukken ervoor. Ik ging achter de vertrekkende vrouwen staan en liet me niet ontmoedigen door de enorme handtassen die ze over hun schouder zwaaiden en daarbij mij in mijn gezicht mepten. Zodra ze hun billen hadden gelicht zette ik Jara op een van de twee krukken.
Maar tot mijn verbazing ging een vreemde vrouw snel op de andere kruk zitten, aan dat kleine tafeltje met Jara.
Ze had een pasgeboren baby in een draagzak bij zich. Ze posteerde zich met haar dienblad om te gaan eten alsof mijn kind niet op de kruk naast haar zat.
Heel even dacht ik: ách, wat zal ze het moeilijk hebben. Pasgeboren baby, zij vol hormonen, pijn aan haar rug van het dragen.
En toen dacht ik: rot op van mijn plek.
Ik vond het gewoon ZO stom dat ze zomaar naast Jara ging zitten terwijl ze toch ook wel snapt dat het mijn intentie is om die plek in te nemen.
Ik zei: 'Ik wilde daar eigenlijk gaan zitten.'
(Let op het gebruik van het woord 'eigenlijk'. Het is hét toverwoord van mensen zoals ik, die tegen beter weten in het liefst door iedereen aardig gevonden willen worden. De onuitgesproken boodschap is: 'Ik wilde daar eigenlijk gaan zitten, maar als jij nou een heleboel drama maakt dan bind ik wel in.') Toch was het al tamelijk onaardig voor mijn doen.
Ze mompelde iets, en ging toen weg.
Ik vond het heel even sneu, daarna ging ik de winkel in en vergat ik alles behalve Mellig de archiefkast.
Weet je wat me nou elke keer weer overkomt? Dat ik zowat elke recent genomen foto van mezelf vreselijk vind. Schokkend dat mijn eigen perceptie niet overeenkomt met de blijkbare werkelijkheid.
Maar als ik dezelfde foto een paar jaar later zie, vind ik 'm ineens best leuk en best wel meevallen. Zo gek. Of ligt dat aan mij?
Het weekend zat ouderwets vol, leuk, maar ook al weer even wennen na de betrekkelijke rust van de weken zomervakantie. Vrijdagavond kwam Inger, mijn fijne vriendin uit Rotterdam, naar Eindhoven, om met mij te eten, samen naar de leesclub te gaan en te blijven logeren. Ze is samen met mij om half 8 opgestaan op zaterdagochtend om mijn dochters te begeleiden naar de manege, alwaar het tweetal voor het eerst veelvuldig gedraafd heeft. Jara op een grote dikke Haflinger, dat blijft er toch wel schattig uitzien, zo'n druifje van vier op zo'n groot beest, en dan ook nog in draf.
Daarna konden we meteen door naar het kampeerfamilieweekend van de Peters familie, helemaal in Enkhuizen. En de A2 was dicht, dus moesten we over Nijmegen en hebben we er drie uur over gedaan. Maar wat was het leuk om iedereen - 35 familieleden- weer te zien. Schokkend dat kleine neefjes en nichtjes zo enorm groot kunnen worden. En grappig dat mensen die je in je jeugd gekend hebt, en die je daarna in de loop der jaren vooral viavia volgt, toch zo vertrouwd blijven voelen. 's Avonds bij het eten zaten we aan een lange tafel, een mooie manier om alle familieleden eens te bekijken en te constateren wat de typische Peterskenmerken zijn en wie die allemaal in meer of mindere mate bezit. De neus (iedereen die mij kent weet wat ik bedoel, hoewel mijn neus nog net een extra puntje heeft), de volle lippen en de kuiltjes in de wangen springen eruit. Ik schat dat minstens driekwart van de niet-aangetrouwde familie een of meerdere van die kenmerken heeft.
Zo leuk als het overdag was, zo gruwelijk was het 's nachts. Het begon al met mijn lekke luchtbed. Om half 1 's nachts lag ik al met mijn kont op de grond, en aangezien ik geen andere slaapplek kon verzinnen ben ik maar in de -ijskoude- auto gaan liggen. Daar voelde ik binnen een paar minuten een hevige hoofdpijn opkomen, gevolgd door misselijkheid en buikkramp met bijbehorende uitwerpselen. Ik heb de hele nacht van de auto naar de wc gependeld, en de afstand wc-hokje - parkeerplaats is echt best groot als er van alles uit moet. Nu voel ik me nog een beetje brak van dit virus - want dat was het vast, aangezien mijn tante hetzelfde beleefde 's nachts - en moet ik Keri verplegen, want die heeft inmiddels hetzelfde onder de leden. Heel zielig ligt ze op de bank zachtjes te jammeren.
In het kader van Zen gooi ik er maar even wat mooie, rustgevende, zelfgeschoten plaatjes uit Italie in.
Niet alleen heb ik nu een rijbewijs, maar...ook een eigen auto. Zelf uitgezocht. Een Renault Grand Scenic, met zeven stoelen. En een kaartje om mee te starten, dat je niet eens uit je tas hoeft te halen. En wat nog leuker is: een automaat. Dat is nog eens relaxed door de rondwegspits in de stad tuffen. Nog leuker is het dat ik bij het stoplicht elke keer sneller weg ben dan die irritante jongetjes in hun protserige auto's die na het bumperkleven links naast je gaan staan.
Nu hoor ik eindelijk ook bij de grote mensen.
Alleen lust ik nog steeds geen koffie.
Jahaa. Daar ben ik dan weer. Ik word steeds wispelturiger geloof ik.
Maar ik had ook zo'n ongelooflijke moeite om weer met alles te beginnen na de vakantie. Die overigens fijn was, maar ook al weer erg lang geleden lijkt.
Drie dagen nadat we terugkwamen moesten we er weer vol tegenaan, en ik heb me twee weken lang afgevraagd hoe ik dat voor de vakantie toch deed, alles - min of meer - op rolletjes laten lopen. Want het gaat me nu niet makkelijk af, en tot mijn eigen verbazing en frustratie lig ik al vanaf het begin van het nieuwe schooljaar zo'n beetje uitgeteld op de bank. (En als ik dan een keertje naar de kroeg ga heb ik last van schromelijke zelfoverschatting en blijf ik tot sluitingstijd hangen met gebruik van te veel ongezonde dingen, en daar moet ik dan weer voor boeten de volgende dag.) Nou heb ik in de drie weken wel al een sportdag vol hyperactieve achtjarigen begeleid, negen keer 1 of meerdere kinderen te logeren gehad, twee oudergesprekken gevoerd, twaalf bestellingen gehad voor Studio Niet Lief, en een operatie van mijn zoon doorstaan. Liesbreuk, niets ernstigs, maar ach, wat is het menneke dan ineens weer klein als hij daar dan met een angstig bleek snoetje in dat kraakheldere ziekenhuisbed ligt. Zelf heb ik nog nooit zoveel bemoedigende schouderklopjes gehad als toen ik in mijn kind in de OK had achtergelaten. Alsof ze verwachtten dat ik elk moment zou instorten en dat er in het handboek staat dat ze dan moeten zeggen: 'wij gaan goed voor uw kind zorgen hoor mevrouw'. Lief natuurlijk, maar daar ging ik al van uit. Anders had ik hem niet gebracht. Maar ik kreeg ZOveel schouderklopjes dat ik me spontaan juist wel zorgen ging maken. En toch opgelucht was toen hij uit de narcose kwam ('mama ik heb zooooo'n jeuk aan mijn neus' -? ).
Zo. En dan nu, omdat jullie zo'n trouwe fijne lezers zijn, een paar foto's van mijn nageslacht op vakantie, zodat jullie kunnen zien hoe groot ze worden. (Ik heb een paar maanden aan Jara gevraagd of ze wilde ophouden met groeien omdat ze zo ontzettend leuk is nu, maar ze heeft mijn wens compleet genegeerd.)
Goed.
De oogst na anderhalve week in het bezit van een rijbewijs.
Vijf keer afgeslagen auto.
Een keer bijna de auto van de buren geramd tijdens parkeren (maaaaar...bijna is niet helemaal).
Een keer een boze toeter wegens onduidelijke redenen. Voor mij was het althans onduidelijk.
Twee keer een mislukte hellingproef, inclusief branderige lucht. (En de hellingproef had ik tijdens de rijles echt meteen onder de knie! Komt omdat het een hele andere auto is.)
Heel vaak scheef in het parkeervak.
Af en toe de paniekerige gedachte: ik KAN dit niet! Of: Ja, wat NU?
Geen persoonlijk letsel, en ook geen blikschade.
Dat beschouw ik dan maar als een prestatie.
Vaarwel, Eindhoven, zoals we je altijd gekend hebben.
Vaarwel veilige haven, rustige wegen, overgestructureerde verkeersdoorstroming.
Je zal nooit meer dezelfde zijn.
Wikke is namelijk sinds gisteren in het bezit van een rijbewijs!
En tot haar beschikking heeft ze een loei van een auto: de Citroen Picasso met zeven stoelen. Een mooie zwart met chromen mafia-bak.
Joepie!
Niet gedacht dat het ooit nog zou gebeuren. Niet gedacht dat ooit zou lukken, om precies te zijn, met deze a-technische, chaotische, gebrekkig ruimtelijk inzichtelijke kandidaat.
Zowaar kreeg ik een compliment van de examinator: dat ik het voertuig zo goed beheersde. Meestal, zei ze, zie je bij oudere mensen dat de technische bediening te wensen overlaat. 'Oudere mensen?' Nou ja. Mijn dag was toch echt niet kapot te krijgen, ook niet door die als compliment vermomde belediging.
O, wat vond ik het moeilijk. En o, wat had ik dat van te voren niet zien aankomen.
Mijn kind van net 8 achterlaten voor een scoutingkamp dat 5 (vijf!) dagen duurt. Tien meisjes, vijf leiders, waarvan eentje de geheime vlam van mijn dochter is: een vriendelijke, enigszins slungelige student die er genoegen in schept de meisjes 's morgens met het geluid van twee pannendeksels te wekken. Lucifer, is zijn scoutingnaam, ik hoop niet dat dat iets zegt over zijn intenties. Maar dat was nog de minste van mijn zorgen.
De blokhut in Middelbeers, een Brabants gehucht, ligt midden in het bos. En ik heb denk ik iets te veel films gezien over groepen jongelui, op vakantie in een blokhut in het bos. Denk Jason, denk Blair Witch Project. En komt het gevaar niet uit het bos, dan is het gevaar wel dat de kinderen op eigen houtje het bos ingaan, en verdwalen. Of meegenomen worden. Of belaagd door de enige troep hongerige wolven die Nederland nog rijk is. Of besluiten dat het een goed idee is om giftige paddenstoelen te eten.
Dan was er ook nog een gigantisch kampvuur. Denk marshmallows. Denk brandwondencentrum.
Dan waren er ook nog jongelui die rondscheurden op trikes in het aangrenzende weiland. Denk spelende kinderen. Denk ambulance.
Dan lag Keri's slaapplek naast een stopcontact. Denk kortsluiting. Denk weer brandwondencentrum.
Trappen zonder leuningen, bederfelijk eten, gebrek aan mengkranen in de doucheruimtes, splinterende houtstukken, aangekondigde uitstapjes naar het zwembad, mijn fantasie draaide overuren.
Toen ik wegging kon ik het niet nalaten om mijn dochter nog snel toe te fluisteren: 'Nooit, echt nooit met vreemde mensen meegaan, he?'
En haar antwoord, met rollende ogen: 'Mam, ik ben al 8, ik ben geen kleuter meer.'
O.
Nooit gedacht dat ik zo'n moeder zou worden.
(Maar Keri heeft voor donderdag voor alle zekerheid toch wel even eigenhandig op de kalender geschreven: Keri ophalen)
Vreselijk, die regen.
Ik stond me net aan te kleden en te luisteren naar hoe de regen op het dak viel.
En ineens herinnerde ik me hoe dat in Australie was.
Het drie meter hoge, oud Victoriaanse slaapkamerraam dat dag en nacht openstond. Met wapperende witte gordijnen ervoor. Soms 's morgens wakker worden van de dikke regendruppels die op de houten veranda tikten, terwijl de wind een geur van tropisch groen en natte aarde naar binnen blies. En als je dan heel stil was kon je door het gebulder van de regen een kookaburra horen lachen, of kleine possumpootjes over de veranda scharrelen, of in de verte een scheepstoeter horen van een vrachtschip dat de haven binnenging.
En ineens miste ik Sydney zo.
Ik voel me niet zo leuk vandaag. Ik heb al een paar nachten slecht geslapen, ben moe, met weinig eetlust, en een beetje neerslachtig. Ik kan geen commentaar en kritiek hebben, mijn ego voelt licht gekneusd, en juist nu kiezen allerlei mensen ervoor om de discussie met mij aan te gaan. Alsof ze voelen dat ze nu (in tegenstelling tot elk ander moment, hah) wel van me kunnen winnen.
Ik moest net bijna huilen toen de kassiere bij de Albert Heijn tegen me zei, nadat ik vertelde dat ik wel een Bonuskaart had, maar dat die thuis lag: 'Jaja, weet je wel zeker dat je echt een Bonuskaart hebt, of is het een smoes?!' Grrr.
Laat. Me. Met. Rust.
Vandaag.
Of zeg iets aardigs.
Zucht. Steun. Wat duurt het toch godsgruwelijk lang voordat die rottige zomervakantie begint. De kinderen gedragen zich al alsof het zover is. Bij vriendjes eten en slapen, tot laat op de avond buiten willen spelen, elke dag een ijsje willen eten. Maar in de praktijk moet ik ze nog steeds 's morgens om half 8 uit bed sleuren om ze weer in het keurslijf van schoolroutines te proppen, en dat valt heel niet mee. De laatste loodjes wegen echt zwaar dit keer. Ook voor mij. Ik heb er ernstig genoeg van om dagelijks op een veel te vroeg uur negen boterhammen te smeren voor in de broodtrommel, haren te kammen, aan te sporen tot tandenpoetsen en kinderen op te jagen zodat ze op tijd op school komen.
Ik wil vakantie. Uitslapen, lummelen, boekje lezen, af en toe wat werken.
Ach, waarschijnlijk idealiseer ik het ook te veel. Waarschijnlijk weet ik na een week zomervakantie weer waarom ik aan het eind van de afgelopen tien grote vakanties weer terugverlangde naar de overzichtelijke schoolperiode. Vanwege verveelde kinderen, die plotseling laten zien dat het helemaal niet moeilijk is om om zeven uur naast je bed te staan (zoals ze dat in het weekend om wonderbaarlijke redenen ineens ook altijd kunnen), of regenachtige dagen gevuld met zeshonderd afleveringen van Dora, of zeer uiteenlopende wensen binnen 1 gezin (de een wil thuis computeren, de ander naar de speeltuin, weer een ander naar het zwembad).
Maar voor nu verlang ik naar een al dan niet geromantiseerde vakantie.
Ik ging gisteren proberen een nieuw badpak te kopen. Voor de vakantie, om me in high fashion stijl te draperen aan de rand van het zwembad. Aan een bikini waag ik me niet, dat gaat denk ik nooit meer gebeuren na het slagveld dat drie kinderen hebben achtergelaten. Maar dat terzijde. Een badpak is al missie genoeg, wat een stomme opgave. Vooral met mijn rare maten. Er zit namelijk 2 maten verschil tussen mijn onder- en mijn bovenkant. Komt omdat ik een Appel ben, maar ook door de omvang van mijn boobies. Bij elk badpak dat qua benen en billen goed zit, puilt er aan de bovenkant van alles uit. Dat is overigens niet alleen zo met badpakken, maar met alle kleding die ik koop. Altijd gaan de knoopjes op borsthoogte niet dicht, heel irritant. (En om die bovenste knoopjes dan consequent open te laten staan, vind ik ook weer zo porno.) Soms ben ik nog steeds in ontkenning over de maat van mijn bovenkant. Denk ik dat het een keurige beschaafde B cup lijkt, terwijl het in werkelijkheid toch een andere letter is. Pas kocht ik een jurk, die ik zelf erg leuk vond, maar toen zag ik mezelf op een foto in die jurk. Ai. Die jurk staat sindsdien bekend als 'Tietenjurk', en hij ligt sinds ik de foto heb gezien onderin de kast. Een mens kan ook te veel decollete hebben.
Het klinkt nu net even alsof de feesten zich aaneenrijgen (en eigenlijk is dat ook zo) maar dit weekend stond weer in het teken van feest. En drank. En een kater. Wie niet beter wist, zou denken dat ik in mijn midlife crisis beland was. Aangezien ik daar nog een tikje te jong voor ben, en ook nog geen onbedwingbare neigingen voel om per motor de Gobi woestijn te doorkruisen, of Hugo te verlaten voor een jonge god van 21 met een gespierde torso en mooie zwarte krullen en blauwe ogen en een bjorn borg onderbroek en...nou ja, je snapt me wel, laten we mijn feesterijen maar houden op het opengaan van de oogkleppen die mijn gezichtsveld vertroebelden vanaf de geboorte van mijn eerste kind. De innerlijke bohemienne die weer wat ruimte krijgt met het groter worden van het nageslacht.
Vrijdagavond was het ouderfeest van de school van Merlijn. Klinkt als een recept voor saai, braaf koffiedrinken met ouders en leerkrachten en tot vervelens toe luisteren naar verhalen over rapporten van andere kinderen. We gingen met een groepje leuke vrouwen uit het Witte Dorp (grofweg dezelfde als die van het salsafeest vorige week), zodat we het in elk geval samen gezellig konden maken. Toen ik na anderhalf uur op het punt stond het feest dat niet stom was maar ook niet echt spetterend, voor gezien te houden, en me bij wijze van afleiding even terugtrok in de tent voor gelegenheidsrokers (iedereen die daar stond 'rookte normaal nooooooit') werd ik herkend. Nee, niet zoals toen in Utrecht door iemand die mijn boek had gelezen, maar door A, die ooit, in een ver verleden bij mij in de wijk woonde. A woonde vanuit ons bezien in de periferie van kinderen met wie we speelden, maar daar hij een jaar of drie ouder was en lichtjaren stoerder, geloof ik niet dat we ooit samen verstoppertje hebben gespeeld. Vrijdag kon ik, in tegenstelling tot mijn kinderjaren, wel op zijn belangstelling rekenen, en wat volgde was een verbaal tikspelletje dat de rest van de avond duurde, vergezeld door vele glazen bier. Godallemachtig, ik ben toch eigenlijk echt geen goede drinker. Het ene na het andere biertje kreeg ik in mijn handen geschoven, op sommige momenten was het ene glas nog halfvol en had ik alweer een nieuw biertje in mijn hand. Geen wonder dan ook, dat ik aan het eind van de avond ongeremd aan het dansen sloeg en ook nog een geanimeerde conversatie heb gehouden met Merlijns meester over onwenselijke vetophopingen op ieders lichaam en de nadelen van poepen op een camping-WC. De volgende dag moest ik het echter bekopen, ik had een kater zoals ik die in jaren niet had gehad. En 's avonds nog een feest. Waar het gelukkig een stuk bescheidener aan toe ging; Ruben, een jeugdvriend van Hugo, ging trouwen en ze gaven een tuinfeest bij hun huis in Uden. Met vooral heel lekker eten, dat ondanks mijn kater wel aan mij besteed bleek.
Ik zou bijna zeggen: dit weekend gelukkig geen feesten op het program. Maar gewoon weer een belegen avondje in de Plaza ofzo.
In Australie had ik een hele fijne tandarts. Herr Schultz, Oostenrijker en metroman, die met zijn keurig gemanicuurde vingertjes heel elegant en voorzichtig nette vullinkjes plaatste, terwijl ik dankzij een klein cameraatje live mee kon kijken in mijn mond (geen aanrader). Het enige nadeel was eigenlijk dat tandartsen in Australie handenvol geld kosten, in elk geval voor tijdelijke bewoners zoals wij. Dus heb ik door Herr Schultz alleen het hoognodige laten doen. En nu moet ik dus groot onderhoud laten plegen bij mijn eigen oude tandarts, aka de Slachtende Sloophamer van Eindhoven.
Vaktechnisch is de Sloophamer heel goed. Dat beaamde ook Herr Schultz, die vol lof was over een tandreconstructie die de Sloophamer voordat wij naar Australie gingen al eens bij mij uitgevoerd had. Maar het allergrootste pluspunt van de Slachtende Sloophamer is, dat hij iemand heeft aangenomen die gespecialiseerd is in kinderen. Vast omdat de Sloophamer alle kinderen doodsbang maakte, maar dat terzijde. Op woensdag behandelt Jan de Tandarts alle kinderen uit de praktijk, en dat doet hij met zoveel grappen en grollen en opgewekte gekkigheid dat mijn kinderen het geen straf vinden om naar de tandarts te gaan. Dat ze van hem altijd twee speelgoedjes uit mogen zoeken helpt vast ook. Helaas doet Jan de Tandarts alleen kinderen, geen pieperige moeders van 36.
Die moeten naar de Sloophamer.
De Sloophamer bedoelt het niet verkeerd. Hoop ik. Hij is alleen communicatief nogal onhandig en van de oude stempel. Zo vindt hij bijvoorbeeld dat je voor het boren van gaatjes geen verdoving nodig hebt. En hij vindt het ook niet nodig om een gevonden gat te melden aan de bezitter, zodat hij tot je grote schrik ineens met allerlei apparaten in je mond begint te wroeten en je door de snerpende pijn doorhebt dat het een gaatje moet zijn. Protesteren lukt dan niet meer wegens mond vol apparaat en bovendien is het dan ook al rijkelijk laat voor verdoving, want het gat is dan al half uitgeboord.
Ik had vandaag drie gaatjes. Twee gewone, waarvan eentje nogal diep zoals ik de Sloophamer hoorde mompelen, en een vulling die vervangen moest worden. Ik heb het doorstaan, allemaal zonder verdoving, en dankzij mijn mantra, dat ik bij wijze van pijnbezwering honderd keer opzei in mijn hoofd: een-kind-baren-doet-pas-echt-pijn-en-dat-is-ook-gelukt.
Het ergste is eigenlijk niet eens de pijn van het boren. Het ergste zijn alle andere ongemakjes, die na drie kwartier in die stoel bijkans ondraaglijk lijken te worden. Dat de Sloophamer elke keer op mijn haar hing bijvoorbeeld. Dat hij zo hard mijn mondhoek uitrekte om bij het lastige gaatje te kunnen, dat ik spontaan weer aan bevallen moest denken. Dat er alsmaar water uit die stofzuiger die in je mond hangt, in mijn ogen spetterde. Dat hij met de rand van een apparaat een pijnlijke afdruk in mijn neus achterliet omdat hij die te veel liet leunen. Dat twee handen en drie martelwerktuigen echt te veel is, zelfs voor mijn best wel grote mond. Dat de bovenkant van mijn gezicht elke keer gesmoord werd door zijn oksel. (Gelukkig had hij wel deodorant gebruikt.)
Ik ben er weer voor een half jaar vanaf. Zes maanden, dat klinkt ontmoedigend kort.
Ik heb er al eens eerder over gezucht, maar ik ga het toch nog eens doen. Het grootbrengen van drie kinderen is logistiek onmogelijk een uitdaging in de huidige tijd. Vind ik althans.Toegegeven, logistiek is niet mijn sterkste kant. Niet mijn ding, niet mijn core business, niet mijn kernkwaliteit, zal ik maar zeggen. (De oplettende en terugkerende lezer zal hierbij wellicht denken: kan ze ooook al geen logistieke uitdagingen aan? En ze is ook al huishoudelijk gehandicapped, en ze kan ook al niet autorijden en ook geen belastingpapieren invullen, wat kan ze eigenlijk wel? Nou, ik kan aardig muffins bakken. Toevallig.)
Ik heb sommige weken - vooral die zo tegen de schoolvakanties aan - het gevoel dat ik de hele dag niets anders doe dan oplossingen bedenken voor het feit dat je niet op twee (of drie, of vier) plekken tegelijk kunt zijn. Merlijn moet uit school gehaald worden een kwartier nadat de meisjes uit zijn, en tussen hun scholen zit precies een kwartier fietsafstand (in het tempo van de langzaamste). Maar als de juf van Keri besluit nog snel even een laatste mededeling te doen in de klas (vaker wel dan niet) dan haal ik het al niet en moet ik iemand a la minute inschakelen om Merlijn op te vangen, zodat zijn tere kinderziel niet bekrast wordt met het trauma van moederziel alleen op een schoolplein achterblijven, terwijl al je vriendjes naar huis zijn om achter de thee met koekjes te kruipen. Deze week heeft Keri tijdens schooltijd een afspraak met de tandarts, heeft Merlijn tijdens zijn schooltijd (maar niet die van de meiden) een afspraak met de oogarts, waardoor ik op de fiets met drie kinderen naar Geldrop moet omdat de stomme oogarts in het ziekenhuis van Eindhoven pas in oktober kon en Merlijn inmiddels de letters op het schoolbord niet meer kan lezen. Keri heeft deze week haar kinderfeestje, waarvoor een extra auto moet worden ingeschakeld omdat we naar de manege in Someren gaan, en o ja, Merlijn en Keri moeten dan ergens ondergebracht, want die kunnen in verband met plaatsgebrek niet mee. Dan moet ik donderdag zelf naar de tandarts, zaterdag hebben we een feest zonder kinderen en moeten we oppas regelen, en dan is er deze week nog niet eens muziekles, zwemles of voetbaltraining. Wel atlethiek, paardrijden en scouting. En dan heb ik het nog niet eens over alle speelafspraken van elke dag, waarbij het zeer nauw luistert dat iemand zijn kind stipt om half zes op komt halen, omdat je je eigen kind om kwart voor zes bij een ander uit het huis moet vissen. Of over het feit dat de overblijfbonnen steeds sneller opgaan dan dat ik met mijn logistieke beperkingen bij kan houden, zodat ik 's morgens vroeg maar weer op hoop van zegen mijn kind zonder overlijfbon de deur uitstuur. Gymtassen die na moeten worden gebracht op dinsdagochtend. Werkstukken die geprint moeten worden (het moet ECHT morgen klaar, mam) en een printer die dan net stuk is. Toetsen die geleerd moeten worden aan het ontbijt wegens ó, vergeten. Rijstwafels met kaas die op voorraad moeten zijn omdat ze de eeuwige plak peperkoek in hun lunchbos beu zijn. Kadootjes die gekocht moeten worden voor kinderfeestjes.
Pffff. Dat ik nog tijd heb om dit stukje te schrijven.
Wederom feest gehad gisterenavond. Eentje waarvoor ik mijn salsaschoenen uit de kast kon halen, want het was het Latin Midzomernachtsfeest hier in het Witte Dorp, op het plein voor de deur. Compleet met palmbomen, Mariachi's en Corona. Samen met Annette, Tiggr, nieuwe bewoners maar toch oude bekenden Charles en Petra, Marecille en de 11 bijbehorende kinderen (tjonge, wat een productie) hebben we eerst geweldig gegeten (volgens het principe iedereen neemt wat mee - en wat een toeval dat Annette en ik exact hetzelfde meenamen, een zomerfruit smoothie, dit omdat we blijkbaar allebei bij dezelfde Albert Heijn een voorproefje hadden gekregen van dit recept), en daarna gedanst op het plein op quasi zwoele klanken van Ricky Martin. Sinds ik op Zumba zit, kan ik ineens wel veel beter met mijn heupen draaien, en dat kwam goed van pas. Ook de mannen - althans sommigen - dansten, en Hugo was volgens mij de enige man die op de dansvloer bleef staan toen Luv door de boxen schalde. Hulde aan Hugo. Enigszins inhouden moet je je trouwens wel op een Midzomernachtsfeest in je eigen wijk, want de mensen met wie je op zaterdagavond uit je dak gaat, kom je op maandagochtend weer tegen als je de deur uitstapt op weg naar je werk, school of sportschool. Maar het was een geweldige avond. En vandaag hebben we een beetje brak doorgebracht aan de rand van zwembad de Tongelreep, met zes kinderen. Trouwens wel goed voor je ego, een bezoek aan de Tongelreep, ik voelde me zowaar fit en dun tussen al dat tentoongestelde mensenvlees.
Soms zijn de dingen waarvan je vantevoren de minste verwachtingen hebt, juist het leukst. Dat was gisteren zo.
Het was het Sint Jansfeest van de Vrije School waar Keri en Jara op zitten. De school staat nogal in het teken van feesten gebaseerd op oude gebruiken en tradities. Niks mis mee, maar ik heb er niet veel verstand van en wist ook niet wat ik me voor moest stellen bij een Sint Jansfeest ter ere van de zonnewende en midzomernacht, behalve dat ik al verschillende andere ouders de hoop had horen uitspreken dat het 'niet zo'n chaos zou zijn als vorig jaar'. En als de gemiddelde ouder van de Vrije School zelf iets als chaos definieert, nou, dan maak je borst maar nat, want dan moet het wel heel erg zijn. Ik had me dus ingesteld op een feest waar een woeste horde kinderen amok maakt terwijl juffen en meesters braaf kampvuurliedjes zingen, en waarbij Keri zich angstvallig aan mijn hand vastklampte, want als zij ergens zenuwachtig van wordt, is het van een gebrek aan overzicht en regelgeving.
Tot mijn verbazing was het feest geweldig goed georganiseerd en was het superleuk. Het werd gehouden op het terrein van de Ijzeren Man (een natuurzwembad). Er stonden kraampjes met gratis en erg lekker eten, er werden in groepen spelletjes gedaan door de kinderen onder begeleiding van de ouders, er werd geplonst in het water en er was een enorme stellage voorzien van een lange zeepschans, waar de kinderen uit groep acht omstebeurt vanaf moesten glijden ter aflsuiting van hun schoolcarriere. Gevolgd door hun meester en juf, die er met een roeiboot af moesten. Daarna werd in stijl een groot kampvuur ontstoken - denk dans, fakkels, bongo's, en een zigeunerorkestje, en vervolgens mocht elke leerling van de school de Sint Jansproef afleggen: over het vuur springen. Nou ja, een afgeleide van het vuur in de vorm van een paar brandende balken op het zand. Keri en ik gingen eerst samen, want ze vond het spannend, en ik vond het ook wel leuk om zoiets ceremonieels en symbolisch (je laat alles wat in het verleden ligt achter je, is het idee) samen met mijn kind te doen. Hete voetzolen, intense opluchting bij Keri dat het gelukt was, en hup, daar ging ze nog drie keer. Fantastisch. Ontroerend. Vanmorgen zat ze wel erg slaperig aan het ontbijt (zie foto), maar ze hoefde gelukkig pas om 11 uur op school te zijn.
Gisteren schreef ik een brief naar een vriendin in Australie die niet van email houdt. Ik wist nog wel in welke straat zij woonde, maar ik wist haar huisnummer niet meer, en aangezien ze een geheim telefoonnummer heeft kon ik haar ook niet opzoeken in de Australische versie van de telefoongids. Wat te doen?
Google wist het antwoord. Namelijk Google Street View. Ik wist natuurlijk nog wel hoe haar huis eruit zag, en aangezien Sydney ook in Street View zit, keek ik binnen tien seconden naar haar entree en het bijbehorende bordje met nummer erop, 24. Brief weg. Echt handig.
En toen ik ons oude huis opzocht, zag ik dat onze stoelen op de veranda stonden en onze auto voor de deur stond. Bevroren in de tijd. Op Google Street View wonen we nog in Australie.
Ik heb me met de nodige moeite neergelegd bij het feit dat ik weliswaar twee dochters heb, maar dat geen van twee van zins is om gejurkt of gerokt door het leven te gaan. O, wat is het moeilijk om al die leuke bloemetjesjurkjes in de schappen van Zara te laten hangen en in plaats daarvan maar weer met een joggingbroek en een praktisch t-shirt thuis te komen voor mijn meiden. Waren ze nog maar twee, heb ik al regelmatig gedacht, dan kon ik ze nog gewoon aantrekken wat ik mooi vond, hippie blousjes, haarbandjes, gekleurde sandalen, strokenrokken en jurken, bloemen, prints, stippen, ruiten, franjes, biesjes, kleur. Van die dingen die mijn inwendige kleine meisje eigenlijk zelf aan wil, maar die de moederbuitenkant niet meer aan durft wegens te oud en te dik. Maar nee, bij wijze van karma ben ik opgezadeld met twee dochters wiens lievelingskleur blauw is en lievelingskledingstuk trainingsbroeken. Bloemetjes? Jakkes. Jurken? Nog niet misschien.
Tot vandaag. Tot mijn grote ontsteltenis vroeg de oudste (en daarmee de ringleader): Mag ik vandaag een jurk aan? Zowaar, heel diep onderin de kast, vond ik nog een exemplaar, gekocht in een vlaag van verstandsverbijstering met de gedachte: daar praat ik haar wel in. Niet dus. Tot nu. Hoezee!
Hm, alweer een week geleden dat ik heb gepost. Ik loop weer eens een beetje achter de feiten aan op het moment, maar what else is new. Veel schoolactiviteiten, afgelopen zondag een BBQ met de klas van Jara bij een van de ouders thuis, best leuk hoor, maar wat schetst mijn verbazing: dat moet vanavond nog eens overgedaan worden, maar dan zonder kinderen. Om elkaar nog beter te leren kennen. Ja jemig, best symphatiek hoor al die eendracht, maar je kunt het ook overdrijven. Ik hoef echt niet per se beste vrienden te worden met de ouders uit de klas van mijn kind. De meeste zijn best leuk tot erg leuk, maar d'r zit een moeder bij waar ik elke keer zo de rillingen van krijg. Ik zal verder geen namen noemen, maar wat mij het meeste irriteert is dat ze vrijwel elke ochtend bij het naar binnen brengen van de kleuters, de juf claimt. Om te miepen over hoe haar kind vannacht heeft geslapen of iets anders oninteressant. En al die kleutertjes achter haar, die de juf een hand willen geven (want dat is zo de - in mijn ogen geslaagde - etiquette op de school) moeten maar wachten totdat zij is uitgezeurd.
Verder nog leuke en gezellige etentjes gehad met Kim en twee dagen later met Inger, en vanmorgen weer geZumbaat. (Voor de niet ingewijden: een kruising tussen salsa en aerobics.) Zumba is op mijn sportschool zo populair, dat je minstens een kwartier van te voren aanwezig moet zijn om en toegangskaartje te bemachtigen. Dat lukte me deze keer (het is ook wel eens niet gelukt, en om dan niet onverichter zake naar huis te gaan ben je veroordeeld tot de martelmachine kamer boven). Gelukkig kwam ik iemand tegen die ik kende, anders sta je elke keer een kwartier lang naar het kleedkamergeklets van andere vrouwen te luisteren ('nee, joh, ik dacht vanmorgen: ik doe mijn witte sportschoenen niet aan, want ik heb al een blauwe broek en een zwart t-shirt, dus vond ik het beter om mijn zwarte sportschoenen aan te doen, wat zou jij doen?' ). En als klap op de vuurpijl: we moesten dansen op Billy Jean van Michael Jackson. Er stond een kaarsje voor hem te branden op een van de boxen. Zucht.
Gisterenavond met de knutselclub de provincie in geweest. In Oisterwijk ('huh mama, gaan jullie helemaal naar Oostenrijk???') was er het Sculptuur festival, en waar ik me van te voren mentaal een beetje had voorbereid op kitscherige neo klassieke Romeinse en Griekse goden, werd ik aangenaam verrast. Het festival was in de buitenlucht en de expositie slingerde zich door de prettig ogende dorpskern heen. Er stonden echt fantastische beelden, en in de grote galerie die tot laat op de avond open was, hing prachtige kunst. Het festival heeft dit jaar een recordaantal van 200.000 bezoekers getrokken. Niet slecht voor een Brabants gehuchtje. Enigszins kakkineus leek het publiek wat er rondliep overigens wel; een deel van de mensen liep er vooral rond om gezien te worden door de vrinden van de Eindhovense Golf Club en ook om te laten zien dat ze geld hebben door te overwegen een kunstwerk van een slordige 50.000 euro aan te schaffen voor in hun achtertuin. Maar prachtig was het, en als zo'n avondje dan wordt afgesloten met een wit biertje op een Oisterwijks terras en goede praat over het leven, kan het niet meer stuk.
Keri is gisteren geslaagd voor haar B diploma. Geweldig goed van haar, en hoewel ze soms wat faalangstig kan zijn, had ze daar deze keer nauwelijks last van en zwom ze de sterren van de hemel.
Maar wat een bezoeking voor de ouders, dat diploma zwemmen. Om te beginnen is het binnen 35 graden, ook op de tribune. Die tribune is bovendien veel te klein voor al die tientallen ouders, broertjes en zusjes en opa's en oma's. Duwen en trekken dus om vooraan te staan, en ik heb in drie kwartier tijd vijf mensen naast me gehad die heel sneaky probeerden mij van mijn plaats te duwen. Een keer zelfs een schattig uitziend omaatje, waardoor ik na haar gewring alleen nog maar uitzicht had op haar gewatergolfde grijsblauwe haren. En dan nog het feit dat iedereen elke beweging van zijn kind wil vastleggen. Ik kon Keri door de drukte al amper zien, maar door al die zwaaiende telefoons en camera's wered me elk zicht ontnomen. Heb ik het nog niet eens over de gehoorvervuiling gehad. Joelende ouders die wellicht goed bedoeld allerlei tips naar hun kinderen schreeuwen, die daardoor vanuit rugslag verward opkijken, half zinken of koers wijzigen en ineens diagonaal het zwembad door gaan. Naast mij stond een vreselijk mens, die ik al kende van andere moedercircuitjes. Zo iemand die constant aan het zeggen is hoe goed haar kind is. Max is de snelste, de beste, de knapste, en maar met haar ellebogen tegen andere moeders stoten en zeggen 'kijk dan, kijk dan naar onze Max'. Op zo'n moment heb ik altijd het gevoel dat het moederschap een club is waarvan ik nog altijd het wachtwoord niet ken. En niet wil kennen.
Ik las net op nu.nl een best wel schokkend bericht. Uit onderzoek blijkt dat de helft van de dertigers met een relatie wel eens vreemd is gegaan. Het was wel een onderzoek van het weekblad Flair, maar goed, de lezers daarvan zou ik eerder aan de behoudende dan aan de avontuurlijke kant inschatten. De helft! Zoveel! Ik ken niemand die vreemd gaat. Nou ja, dat ga je natuurlijk niet aan de grote klok hangen, maar ik weet alleen maar van die via via verhalen over vriendinnen van vriendinnen of mensen die ik weleens heb gezien of die vijf straten verderop wonen ofzo. Geen mensen die tot mijn intimi behoren. Maar statistisch gezien zou het wel zou moeten zijn. Toch nog maar eens wat kritische vragen loslaten dan. Overigens wilde 31 procent van de ondervraagden het liever niet weten als hun partner per ongeluk een keer een one night stand had met een ander. Ik denk er hetzelfde over, maar ik dacht altijd dat ik redelijk onorthodox was met die mening. Blijk ik toch niet zo avantgarde als ik dacht.
Ik ben verre van een huishoudelijk genie (een dag gespendeerd aan het huishouden is een dag verloren, is mijn motto), en als gevolg daarvan absoluut niet smetvrezig, maar er is 1 ding dat ik toch echt vies vind. Vaatdoekjes. Gatver, wat zijn die toch goor. Ze stinken na twee dagen, ze zitten vol vuil en bacterieen, en als ik er de tafel of wat dan ook mee schoonmaak, heb ik het gevoel dat ik alles alleen maar viezer maak en etensresten, zand en beschimmelde kruimels door het huis verspreif. Maar ik weet geen alternatief. Hoe doen jullie dat, o orakels der schone en frisse huizen?